Ooit had de Karolingische koning Karel de Kale in Petegem nabij de Schelde een luxueus kasteel. In de Middeleeuwen streken in datzelfde Petegem Vlaamse feodale heren en leden van de topadel neer. Tegen het einde van de 13de eeuw, drukte Gwijde van Dampierre een diepe stempel op het dorp en zijn omgeving. Hij kocht de heerlijkheid Petegem voor zijn gade Isabella van Namen, die in 1290 op loopafstand van de Scheldeburcht een vrouwenklooster liet bouwen. In die periode kreeg de burchtsite haar naam: de site was zo mooi dat alleen “Bello loco” of “Beaulieu” chic genoeg klonk. Dat bleef zo tot 1783, toen keizer Jozef II het klooster meedogenloos afschafte, de nonnen verdreef en de gebouwen grotendeels liet afbreken. Alleen de inrijpoort, het gastenkwartier, het kapelaanshuis en enkele bijgebouwen ontsnapten aan de kaalslag. Beaulieu is tot op vandaag synoniem voor kunstig gerestaureerde gebouwen midden in een vlak maar heerlijk Scheldelandschap.
De abdij is niet publiek toegankelijk, het poortgebouw is reeds privéterrein. De abdij is enkel te bezichtigen vanop het wandelpad naar de Schelde in de Meersstraat.