Voor handelingen met een (mogelijke) impact op de omgeving moet je over een omgevingsvergunning beschikken. In sommige gevallen volstaat een melding of geldt er een vrijstelling.
De omgevingsvergunning is een geïntegreerde vergunning die de vroegere stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning, milieuvergunning, socio-economische vergunning en natuurvergunning vervangt.
Een omgevingsvergunning of melding wordt digitaal ingediend via het Omgevingsloket.
Bevoegde overheid
Afhankelijk van de aanvraag is het college van burgemeester en schepenen, de deputatie of de Vlaamse Regering (de gewestelijke omgevingsambtenaar) bevoegd om over de aanvraag te beslissen. Het college van burgemeester en schepenen is steeds de bevoegde overheid bij een melding.
Procedure
Er zijn twee verschillende procedures voor het verlenen van de omgevingsvergunning in eerste aanleg:
- de gewone vergunningsprocedure (met openbaar onderzoek)
- de vereenvoudigde vergunningsprocedure (zonder openbaar onderzoek)
De bevoegde overheid doet eerst een ontvankelijk- en volledigheidsonderzoek en beschikt hiervoor over 30 dagen na ontvangst van de omgevingsvergunningaanvraag (of ontvangst van de gevraagde stukken/informatie). De beslissingstermijn in eerste aanleg bedraagt bij een gewone procedure 105 dagen (of 120 dagen als een advies van de omgevingsvergunningscommissie vereist is) en bij een vereenvoudigde procedure 60 dagen , te rekenen vanaf de ontvankelijkheids- en volledigheidsverklaring van het aanvraagdossier. Er geldt een wachttermijn van 35 dagen die ingaat na de eerste dag van de aanplakking, tenzij in de gevallen door de decreetgever bepaald.
Bij een melding neemt het college van burgemeester en schepenen een beslissing binnen een termijn van 20 dagen (als de melding louter betrekking heeft op de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse) of 30 dagen (in alle andere gevallen). Bij een melding geldt er geen wachttermijn. Het project mag worden uitgevoerd of geëxploiteerd de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte dan wel de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de melding geacht wordt te zijn geakteerd.
Aanplakking van een affiche ter bekendmaking van het openbaar onderzoek of van de beslissing gebeurt in de gemeente door de gemeentediensten.
Dossiertaks
| Aanvraag tot het bekomen van een omgevingsvergunning die de gewone procedure doorloopt (en zonder wegenis) | € 150 |
| Aanvraag tot het bekomen van een omgevingsvergunning die de vereenvoudigde procedure doorloopt (en zonder wegenis) | € 100 |
| Indiening van een melding | € 50 |
| Aanvraag tot het bekomen van een omgevingsvergunning met een wegenisdossier | € 300 |
| Aanvraag tot het bekomen van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van een grond (toeslag per lot) | € 50 |
| Indienen van een gewijzigde projectinhoud (‘PIV’) nadat de aanvraag volledig en ontvankelijk werd verklaard (toeslag per PIV) | € 50 |
| Aanvraag tot het bekomen van een omgevingsvergunning die bij een hogere overheid is ingediend | € 100 |
| Intrekking van de aanvraag tot het bekomen van een omgevingsvergunning nadat de aanvraag volledig en ontvankelijk werd verklaard | € 50 |
| Aanvraag tot het bekomen van een omgevingsvergunning uitsluitend voor ingedeelde inrichtingen of activiteiten met inbegrip van de bijstelling of afwijking van milieuvoorwaarden | € 100 |
| Aanvraag tot het bekomen van een planologisch attest | € 300 |
Het bedrag van de retributie wordt op 1 januari van elk aanslagjaar automatisch verhoogd door toepassing van een vaste aanpassingscoëfficiënt van 1,02. De bedragen worden afgerond tot op de euro.
Het bedrag van de retributie wordt vermeerderd met:
- de reële kosten die voor de aanvraag worden gemaakt, zoals de kosten voor de aangetekende zendingen en de publicatiekosten;
- de reële kosten voor het inwinnen van adviezen bij externe instanties.
Lees hier het gemeenteraadsbesluit
Verplichte lijnstelling
Vóór de aanvang van de vergunde werken gebeurt er door de gemeentediensten een lijnstelling waarbij de uitgezette bouwlijn en vloerpas wordt gecontroleerd. De te bebouwen oppervlakte, perceelgrenzen en rooilijn dienen te worden aangeduid door middel van koorden.