Overslaan en naar de inhoud gaan

Financieringsbronnen

Het OCMW beschikt over een aantal financiële middelen om zijn maatschappelijke opdrachten te verwezenlijken:

  • financiële middelen afkomstig uit het beheer van de roerende en onroerende goederen waarover het OCMW beschikt (verhuringen, verpachtingen, intresten, verkopen…..)
  • de (gedeeltelijke) terugbetaling door de staat van sommige vormen van maatschappelijke dienstverlening: leefloon, voorschotten op kinderbijslagen, voorschotten op onderhoudsgelden, de financiële steunverlening aan kandidaat-politieke vluchtelingen ingeschreven in het wachtregister, de kosten verbonden aan het lokaal opvanginitiatief, …
  • de terugbetaling door onderhoudsplichtigen van de kosten voor maatschappelijke dienstverlening
  • een toelage uit het Vlaams Gemeentefonds
  • staatstoelagen voor de bouw of het renoveren van woningen of instellingen
  • een staatstoelage voor de medewerking van het OCMW aan de energielevering aan hulpbehoevenden
  • een toelage uit het Elektriciteitsfonds

Aangezien bovenstaande middelen niet voldoende zijn om naast de maatschappelijke dienstverlening, ook nog eens de personeelskosten en andere vaste kosten (administratie, informatica, onderhoud onroerend patrimonium…) te financieren, wordt het financieel tekort aangevuld met de gemeentelijke dotatie die jaarlijks in de gemeentebegroting wordt ingeschreven.

Beleids- en Beheerscyclus

Het OCMW van Wortegem-Petegem past sedert 1 januari 2013, als één van de pilootbesturen, de bepalingen van de Beleids- en Beheerscyclus (BBC) toe. De grondslag hiervoor werd gelegd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2010 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de daar uit volgende uitvoeringsbesluiten.

Bij raadsbesluit van 16 februari 2012 heeft het OCMW volgende vijf beleidsdomeinen vastgesteld:

  1. Algemene financiering
  2. Algemene en ondersteunende diensten
  3. Sociale dienstverlening
  4. Thuiszorg
  5. Wonen

Voor het eind van het eerste jaar van de legislatuur stelt de Raad een meerjarenplan vast. Dit start in het tweede jaar van de legislatuur en loopt af op het einde van het eerste jaar van de volgende legislatuur. Het huidig meerjarenplan loopt dus over de jaren 2014 tot en met 2019. Jaarlijks wordt het meerjarenplan aangepast. 

Voor het begin van ieder financieel boekjaar, dat loopt van 1 januari tot en met 31 december van hetzelfde jaar, stelt de Raad op basis van het goedgekeurde (aangepaste) meerjarenplan het budget voor het OCMW vast.
Na afloop van elke financieel boekjaar wordt in het eerste semester van het volgend jaar de jaarrekening opgesteld en aan de Raad voorgelegd ter vaststelling.

Meerjarenplan 2014-2019

Het meerjarenplan 2014-2019 bestaat zoals wettelijk opgelegd uit 3 delen: de strategische nota, de financiële nota en de toelichting.

Binnen het OCMW werd er voor de beleidsperiode 2014-2019 voor gekozen om naast de gewone, reguliere werking van het OCMW, zijnde het zogenaamd "gelijkblijvend beleid" rond drie beleidsdoelstellingen te werken (= strategische nota).

  1. Gemeente en OCMW bieden een klantvriendelijke dienstverlening en een toegankelijk onthaal.
  2. De burger heeft het recht om menswaardig te wonen en te leven in onze gemeente.
  3. Samenwerking met alle partners verhogen om tot een kwalitatief betere dienstverlening te komen.

De eerste twee doelstellingen worden als "prioritair" aangeduid, de laatste als "niet-prioritair", waarmee we niet willen zeggen dat de laatste niet van belang zou zijn. Prioritair duidt immers enkel op de wijze waarover zal gerapporteerd worden. De prioritaire doelstellingen zullen ook een grotere financiële impact hebben waardoor duidelijke rapportering zeker aangewezen is.

De financiële nota is dan de financiële vertaling van de vooropgestelde werking van het OCMW waarbij het schema "staat van het financieel evenwicht" de samenvatting vormt. Als OCMW moet men immers kunnen aantonen dat men over de volledige beleidsperiode in evenwicht is. Concreet houdt dit in dat:

  • het resultaat op kasbasis voor elk financieel boekjaar van het meerjarenplan positief moet zijn (dit betekent dat we op het einde van elk werkjaar voldoende geld in kas moeten hebben het zogenaamde werkkapitaal)
  • het structureel evenwicht wordt aangetoond aan de hand van de autofinancieringsmarge. Deze geeft aan in hoeverre de ontvangsten voldoende zijn om de uitgaven (van de exploitatie) te dekken én de intresten en schuldaflossingen te financieren. Voor OCMW’s moet hiervoor zowel de som van de autofinancieringsmarges voor de hele duur van de beleidsperiode positief zijn én moet ook de autofinancieringsmarge in het laatste jaar zelf positief zijn.

In de toelichting zit onder meer de omgevingsanalyse die de gemeente en het OCMW samen opstelden en een overzicht van de financiële risico’s.

Uit het oorspronkelijk meerjarenplan 2014-2019 werd het budget 2014 afgeleid. 

In zitting van 16 december 2014 werd het meerjarenplan 2014-2019 aangepast en het budget 2015 vastgesteld.