Overslaan en naar de inhoud gaan

Leefloon

1. Recht op maatschappelijke integratie – leefloonwet (voorheen “bestaansminimum”)

Sedert 01/10/2002 is de wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie in werking getreden. De wet is beter bekend onder de benaming “leefloonwet” en vervangt de wet op het bestaansminimum van 1974. 
Iedere Belg, bepaalde onderdanen van EU-lidstaten, vreemdelingen ingeschreven in het bevolkingsregister, staatlozen en erkende vluchtelingen die de burgerlijke meerderjarigheid bereikt hebben, die hun werkelijke verblijfplaats in België hebben en die geen toereikende bestaansmiddelen hebben, noch in staat zijn deze hetzij door eigen inspanningen, hetzij op een andere manier te verwerven, hebben recht op maatschappelijke integratie.
Hetzelfde recht wordt verleend aan de minderjarigen ontvoogd door huwelijk, alsmede aan de ongehuwde met één of meer kinderen ten laste.

Het recht op maatschappelijke integratie krijgt concrete vorm in:

  • hetzij een tewerkstelling
  • hetzij het toekennen van het leefloon, al dan niet gekoppeld aan een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie.

Leeflooncategorieën / bedragen
Een leefloon is een inkomen dat de persoon in staat moet stellen om een menswaardig bestaan te leiden.

Bij het bepalen van de hoogte van het leefloon wordt rekening gehouden met de gezinssamenstelling van de aanvrager. Vanaf 1 september 2017 gelden volgende bedragen (in euro):

Categorie Jaarbedrag (in €) Maandbedrag (in €)
Categorie 1
Samenwonende personen
7.141,58 595,13
Categorie 2
Alleenstaande
10.712,38 892,70
Categorie 3
Eenoudergezien met gezinslast
14.283,19 1.190,27

 Voor alle inlichtingen kan je steeds terecht bij de sociale dienst van het OCMW.

Raadpleeg hier de volledige gids over het leefloon

2. Steun

Als je onverwacht geconfronteerd wordt met uitzonderlijke uitgaven die het gezinsbudget uit evenwicht brengen, kan je het OCMW om hulp vragen. Het OCMW kan afzonderlijk of als aanvulling bij het leefloon steun verlenen. Er wordt rekening gehouden met de inkomsten van alle gezinsleden en met eventuele eigendommen. 
De Raad kan, in beperkte mate, éénmalige (al dan niet terugvorderbare) steun toekennen. Dit gebeurt bvb. voor betaling van eerste huur, huurwaarborg, hoge ziekenhuisfactuur, …

3. Voorschotten

Op vb. pensioen, werkloosheidsvergoeding, kinderbijslag, …
Indien je recht hebt op een wettelijke uitkering, kan deze om één of andere reden niet of laattijdig betaald worden. Wanneer je daardoor financiële moeilijkheden krijgt, kan je beroep doen op voorschotten. Je moet er dan wel mee akkoord gaan dat het OCMW de uitgekeerde bedragen rechtstreeks zal terugvorderen bij de dienst die de uitkering moet betalen. Ook hier zal, zoals voor elke steunvraag, een sociaal onderzoek gebeuren. De financiële leefsituatie wordt, samen met jou, bekeken.

4. Opname Rustoord

Bij de opname in een rustoord wordt meestal een betalingsverbintenis van het OCMW gevraagd. Vaak moet het OCMW niet onmiddellijk financieel tussenkomen. Op het moment dat de vraag gesteld wordt, zal de maatschappelijk assistent(e) een financieel onderzoek starten. Er wordt nagegaan of de bejaarde nog onroerende goederen in eigendom heeft en of er nog spaargelden beschikbaar zijn. Bovendien wordt er een onderzoek gedaan naar de onderhoudsplicht van de kinderen. 
Kinderen moeten niet noodzakelijk tussenkomen in de kosten, bovendien is het zo dat niet elk kind een zelfde deel moet bijdragen. Alles is afhankelijk van de financiële en sociale situatie. Er wordt steeds gevraagd dat je het meest recente aanslagbiljet meebrengt. 
Gezien de lange wachtlijsten in de meeste rustoorden, is het aangewezen om de bejaarde ruim op tijd in te schrijven in het rustoord van haar/zijn keuze. Het is zelfs raadzaam om meerdere rustoorden uit te kiezen. Indien er plaats vrijkomt, kan je nog altijd kiezen om even te wachten en de persoon als tweede op de wachtlijst voor te laten gaan.
Elk rusthuis heeft andere capaciteiten en faciliteiten, een juiste keuze maken is belangrijk. Het is dus ook belangrijk dat u zich daar ter plaatse gaat informeren.

Bij de aanvraag tot tussenkomst moet je volgende documenten meebrengen: 

  • bewijs van alle inkomsten van de bejaarde en zijn spaartegoeden 
  • bewijs van kadastraal inkomen

Huurtoelage

Gezien in Wortegem-Petegem slechts een beperkt aantal sociale woningen ter beschikking zijn, wil het OCMW ook voor inwoners die op de private huurwoningen zijn aangewezen voorzien in betaalbare huisvesting. Daartoe werd een reglement opgesteld en goedgekeurd waarbij, onder bepaalde voorwaarden, een tussenkomst in de huur kan worden toegekend. 

  • Ben je minstens drie maand woonachtig in onze gemeente, 
  • Huur je een privé-woning, 
  • Beschik  je over geen (on)bebouwde eigendom(men), 
  • Betaal je minstens 250 € huur per maand en is uw huurcontract conform de huurwetgeving afgesloten, 
  • Is jouw netto-inkomen (van alle inwonenden op hetzelfde adres) lager dan: 
    911,56 € (voor alleenstaand persoon) + 300 € (maximum bedrag dat mag bijgeteld worden of effectieve huurprijs indien deze lager is dan 300 €)
    Of 1.148,74 € (voor een echtpaar, samenwonenden of gezin met minstens één persoon ten laste) + 300 € (maximum bedrag dat mag bijgeteld worden of effectieve huurprijs indien deze lager is dan 300 €),

dan is het wellicht de moeite om eens contact op te nemen met de sociale dienst van het OCMW i.v.m. alle toekenningsvoorwaarden. Misschien heb je wel recht op deze huurtoelage van maximum 60 € per maand.

Klik hier voor het volledige reglement voor het bekomen van een huurtoelage.

Andere financiële steun

Je kan bij het OCMW ook terecht voor andere financiële hulp wanneer je het moeilijk hebt :

  • dringende financiële hulp;
  • voorschotten op kinderbijslag, ziekte-uitkering, werkloosheidsvergoeding,… (bij laattijdige uitbetaling van deze uitkeringen);
  • tussenkomst in de huur en/of huurwaarborg;
  • tussenkomst in de verblijfskosten van behoeftige bejaarden in het rusthuis.

Aarzel zeker niet om inlichtingen in te winnen of contact op te nemen met ons.